Ashihara
Ashihara Karate komt uit Japan en is ontwikkeld door Hideyuke Ashihara die leefde van 1944 tot 1995 (zie foto). Hij heeft de stijl naar zichzelf vernoemd.
Hideyuke is een leerling geweest van de
legendarische Mas Oyama en trainde eerst het
Kyokushin Karate. Ashihara vond dat het
Kyokushin Karate teveel aan het verleden
vast hield en hij besloot in de jaren ’70
zijn eigen stijl te ontwikkelen, een stijl
die aan zou sluiten op de moderne tijd, het
Ashihara Karate.
![]() |
Een ander kenmerk
zijn de Kata’s. In tegenstelling
tot andere stijlen kent het Ashihara
Karate geen “statische Kata’s”, alle
Kata’s worden met z’n tweeën
gelopen, 1 aanvaller (Uke) en 1
verdediger (Tori).
En wat blijkt, de sportvreugde is groter en de tijd om de technieken aan te leren is korter! Aziaat, daarom zijn de technieken die geen effectieve waarde hadden eruit gehaald en andere
technieken weer toegevoegd. gewonnen door Ashihara
Karateka’s. |
Het ontstaan van Karate
Omstreeks het jaar 500 reisde Daruma, een
boeddhistische monnik, over land van India
naar China. Over de lichamelijke conditie
van deze monnik behoeven we weinig anders te
zeggen, als wij slechts overwegen, dat het
zelf op heden nog praktisch onmogelijk is,
deze weg te voet af te leggen. Zijn mentale
en lichamelijke mogelijkheden moeten zeer
bijzonder zijn geweest. Het doel van zijn
reis was het klooster Shaolin-Szu in
provincie Honan, waar hij de monniken van de
Liang-dynastie zou onderwijzen in de laatste
leerstellingen van het boeddhisme.
In het klooster aangekomen voerde hij een
zeer streng disciplinair bewind in. Deze
discipline was zelf zo zwaar, dat de meeste
priesters de strenge regels niet konden
naleven. Bij de oefeningen vielen velen van
hen herhaaldelijk flauw en stierven bijna
van uitputting.
Daruma verwonderde zich hierover. Hij
belegde een bijeenkomst waarbij een ieder
die in het klooster verbleef, aanwezig
diende te zijn. Tijdens deze vergadering
besprak hij de algemene conditie der
priesters en verkondigde hij zijn
grondstelling:” Lichaam en geest,” zo zei
hij, “dienen één te zijn.” Slechts wanneer
de psyche even sterk was als het lichaam, en
andersom, kon men het einddoel van de
boeddhistische heilsleer bereiken.. Hij zag
lichaam en ziel onafscheidelijk. Is het
lichaam te zwak, dan schiet de geest
onherroepelijk te kort in het uitoefenen van
zijn taak. En dan wordt het ook onmogelijk
zich voldoende te concentreren tijdens de
noodzakelijke en langdurige meditaties.
Ten einde deze lichamelijke harding te
bereiken voerde Daruma een trainingsschema
in. Onder ander was daarin een methode
opgenomen van ongewapend gevecht. Dank zij
deze training kregen de monniken van
Shaolin-Szu de reputatie, de beste
ongewapende vechters te zijn van geheel
China. Nadat het nut van Daruma’s
trainingssysteem was komen vast te staan,
namen vele andere kloosters zijn methode in
het schema op. Later werd deze strijdwijze
bekend als Shaolin-Szu’s weg van de vuisten,
en tevens werd deze vechtkunst de basis van
het hedendaagse Chinese boksen.
OKINAWA-TE
De Chinese invloed op het eiland Okinawa is
een gevolg van het feit, dat er gedurende
zeer lange tijd handel is gedreven tussen
beiden gebieden. Omstreeks 1600 (de periode
van “hoogconjunctuur” der Chinese zeerovers)
ging men ertoe over, de handelsschepen te
verenigen tot een soort konvooien, begeleid
door Chinese gevechtseenheden. De bemanning
van deze “vechtschepen” was voor het
merendeel vertrouwd met de Chinese
gevechtsmethoden voor ongewapenden, zoals
het Chuan-Fa en het Kempo, terwijl velen der
opvarenden ware meesters waren in deze
strijdsporten. Ook op het eiland Okinawa was
het ongewapend vechten bekend geworden, zij
het in een andere stijl. De meesters waren
onmiddellijk geïnteresseerd in de Chinese
technieken, wat ook gold voor de Chinezen,
waar het de Okinawase methoden betrof. Van
die tijd af namen technieken van elkaar
over; men wisselde gegevens uit en
combineerde diverse methoden. Hieruit
ontstond allengs het nu beroemde Okinawa-te,
de eigen stijl van Okinawa, die nu bekend is
onder de naam karate.
KARATE
De man die karate uiteindelijk in Japan
invoerde, het daar bekend maakte en
propageerde was Sensei (= leraar) Guchin
Funagoshi. Deze grondlegger en vader van het
Japanse karate werd in 1869 in Shuri,
Okinawa, geboren. Op zijn elfde jaar kwam
hij voor het eerst in een karate-dojo. Vanaf
de eerste dag toonde hij hierin een aanleg
voor deze sport en daarmee begon hij zijn
verbluffende carrière.
Op Okinawa studeerde hij karate onder twee
erkende grootmeesters op dat gebied. Na de
dood van deze meesters werd Funagoshi als
hun opvolger erkend door zijn reputatie als
beste vechter van Okinawa.
Op uitnodiging van het Japanse ministerie
arriveerde hij in 1917 in Japan, waar hij
lezingen en demonstraties gaf aan diverse
universiteiten. In 1922 kwam een tweede
uitnodiging, maar ditmaal vanwege een grote
groep karateka’s die zich na zijn lezingen
en demonstraties geformeerd had. Al deze
karateka’s waren studenten, en vrij hecht
georganiseerd. Deze keer bleef Funagoshi in
Japan. Het karate verbreidde zich
verbluffend snel en aan Funagoshi werd de
titel van Shihan (= hoofdleraar) aangeboden.
Onder Funagoshi’s leiding studeerden en
oefenden duizenden en door hem verkreeg het
karate de populariteit die het nu ook in de
westerse landen begint te veroveren








